Al een paar weken loop ik met een oude trui rond op mijn meubelmakersles. Iedereen heeft daar werkkleding aan of kleding die vuil mag worden. Waar gewerkt wordt, vallen spaanders.. Niet helemaal de goede uitdrukking voor deze situatie, maar er komt nog wel eens wat hout op je kleding als je daar bezig bent. In mijn trui zaten een paar gaatjes bij de ellebogen, die door de weken heen steeds groter werden. Als ik mijn elleboog op tafel legde voelde het koud aan. Dat hoorde niet en begon mij te irriteren omdat het een fijne trui is – een tweedehandsje die ik al jaren draag – en het ook wel makkellijk te herstellen is. Ik was er een beetje te lui voor. Het viel mij echter op dat ik de laatste tijd voor veel dingen te ‘lui’ ben geworden. Ik heb mezelf daarom een figuurlijke schop onder mijn kont gegeven en ben aan de slag gegaan.


Hierbij de twee mouwen van de trui. Je ziet dat een deel echt wel kapot was gegaan. Dat het makkelijk te herstellen is, komt omdat de mouw uit verschillende delen bestaat en er bij de elleboog twee stroken wit zijn gemaakt. Je hoeft dus niet alles uit te halen. Wat het nog makkellijker maakt is dat de twee witte stroken niet echt stroken zijn, maar een groot wit vlak waarop dan weer een grijze strook is gezet. Waar ik vooral tegenop zag was alles uithalen. Die grijze strook wilde ik weer gebruiken en moest is dus voorzichtig los halen. Daarbij zan veel naden zijn gelockt en is het uithalen wat meer werk. In plaats van één draad moet je er dan twee uithalen en dan kan je – als het goed – de andere twee draden van het locken ook makkellijk uithalen. Dat bleek deze keer niet het geval, een van die twee draden zat vast in de stof en moest ook nog uitgehaald worden. Uithalen leek me het meeste werk – met de naaimachine stukken aan elkaar zetten is zo gepiept – en daar besloot ik dan maar eens mee te beginnen.



Ik ben begonnen met de grijze strook in het midden. Eerst heb het niet gelockte deel losgehaald. Dat ging wat moeilijker dan truien die ik zelf heb genaaid. Dit is natuurlijk met fabrieksmachines in elkaar gezet en daardoor had je aan de achterkant twee lussen en niet één lus. Het was extra stevig vastgezet, waardoor het wel even een extra werkje was, maar toen ik er eenmaal handigheid in had, was de grijze strook snel los. Daarna heb ik het gelockte gedeelte los gehaald. Hiermee was de strook los en die kon ik weer erop zetten als ik het wit had vervangen.



Daarna moest ik het witte gedeelte losmaken om deze te vervangen. Eerst aan de bovenkant en daarna aan de onderkant. Nadat ik drie losse onderdelen van de mouw had, heb ik de zijkant van het witte gedeelte ook los gemaakt zodat ik een grote witte strook zou hebben.
Ik moest even nadenken over hoe ik de stukken weer aan elkaar zou zetten. Normaal besproken zet je eerst alle mouwdelen aan elkaar dan een vouw je de mouw dicht en zet je de zijkanten aan elkaar vast. Dat kan hier niet omdat de twee grijze mouwdelen al dubbelgevouwen en vastgenaaid zijn. Vraag was dus of ik het witte deel ook zou dubbelvouwen en vastnaaien en dan de mouwdelen weer aan elkaar zou zetten of dat ik eerst de mouwdelen aan elkaar zou zetten en dan het witte stukje nog aan elkaar zetten. Ik koos voor het laatste. Dat leek mij het makkelijkste.


De losse strook heb ik op een nieuw stuk witte stof gelegd zodat ik precies de juiste maat zou hebben voor het tussenstuk in de mouw. Helemaal zeker was ik er niet van omdat de stof uit de trui oud en vaal was geworden en ik ook niet meer zeker wist of de stof al dan niet uitgelubberd was. Maar ik bedacht me dat als het uitgelubberd was en ik minder nodig had, ik van de stof iets kon afknippen. Te groot kan je corrigeren, te klein niet. De stof loopt een beetje af – zie de foto waarbij de stof is dubbelgevouwen – wat logisch is omdat de mouw wat taps toeloopt richting de pols.
Ik had nog een witte stof liggen die ooit had gekocht om als onderrok van een rok met doorschijnende stof te fungeren. Toen vertelde de docent dat de stof daarvoor te zwaar was en is het in mijn kast blijven liggen. Maar wie wat bewaart, die heeft wat, want nu kwam het goed van pas. Omdat de stof van de trui dikker was dan de stof van de rok, kon ik deze stof wel gebruiken voor de stroken van deze trui.



Ik ben begonnen om de grijze strook op het witte vlak te plaatsen. De strook was korter dan het witte vlak dus ik moest hem een beetje oprekken om erop te krijgen. Ik heb niet het witte vlak kleiner gemaakt omdat hij dan niet meer in de mouw zou passen. Ik hoopte dat je het gerimpelde wat je op de eerste foto ziet zou bijtrekken. Op de laatste foto zie je dat dat gebeurd is nadat ik de stook aan twee kanten had vastgenaaid.



Daarna heb ik eerst de witte strook aan één kant vastgemaakt. Ik heb één centimeter van het grijs dat nog aan elkaar vastzat losgemaakt, zodat ik daar ook het wit aan kon vastmaken. Als ik dan op het einde de witte delen en die centimeter vastmaak, dan loopt alles netjes door. Het witte gedeelte paste perfect op het grijze deel.



Toen ik mijn lockmachine pakte, zaten er geen draden in. Ik was even vergeten dat ik deze nog moest inrijgen. Op de linkerfoto zie je hem nog niet ingeregen. Om je te helpen staat er een plaatje van hoe alle draden moeten. Je begint met de tweede van rechts. Daarna pak je de meest rechtse draad en rijg je die in. Dat zijn de draden die om de stof heen gaan. Daarna kun je de twee draden van links inrijgen, dat zijn de twee rechte draden. Het beste gebruik je hierbij een pincet omdat het met je vingers niet lukt om de draden goed te begeleiden en door alle oogjes te krijgen. Nadat ik hem had ingeregen met een zwarte kleur, heb ik even op het oude witte stukje getekst of de instellingen goed stonden. Je moet altijd even testen, elke stof is weer anders. In dit geval moest hij nog wat strakker en diende ik de instellingen aan te passen.



Met de lockmachine klaar en het onderste gedeelte gelockt, kon het bovenste gedeelte van het witte vlak aan de bovankant van de mouw worden gezet. De twee goede kanten van de stof tegen elkaar leggen en dan in de mouw gaan naaien. Geen idee waarom, maar zo is het mij geleerd bij naailes. Daarna heb ik het stuk weer gelockt.


Nu diende ik enkel nog het zaakje te sluiten. Nadat ik er voor had gezorgd dat de grijze stroken netjes op elkaar lagen, heb ik ook de gelockte randen naar de grijze kant gevouwen. Eerder op een van de foto’s zag je dat het witte gedeelte een beetje doorschijnend is. Daar waar je de naad achter ziet, is het witter dan waar er niets achter zit. Zekerheidshalve heb ik dus de rand naar de grijze kant gevouwen en met het dichtnaaien de randen op die wijze vastgezet.


De trui ziet er weer als nieuw uit. De witte delen zijn een stuk feller dan de grauwe witten delen die er eerst op zaten. Met de felle zon geeft het wit zelfs bijna licht. Bijna te mooi om weer mee naar de meubelmakerslessen te dragen. De trui kan weer een tijdje mee. Herstellen is nog altijd duurzamer dan nieuw kopen/maken.



